Samenvatting

 

HET VERHAAL

God beklaagt zich vanuit de hemel over de verdorvenheid van de mensen.

Hij roept de Doot (dood) bij zich: Elckerlyc (elk mens, iedereen) moet verantwoording gaan afleggen van zijn leven. Hij krijgt de opdracht een “pelgrimage” te ondernemen (hij krijgt te horen, dat hij moet sterven).

Elckerlyc probeert tevergeefs de Doot om te kopen: zonder uitstel moet hij op reis. Wel mag hij op zijn tocht een reisgenoten meenemen.

Elckerlyc vraagt aan Gheselscap, Maghe, Neve (vrienden en bloedverwanten) en Tgoet (het bezit, geld en goederen) hem te vergezellen, maar ze laten hem allemaal in de steek zo gauw ze door hebben wat de ware bestemming is. Dan ontmoet Elckerlyc De Doecht (deugdzaamheid) maar hij is te zwak om mee te gaan.

Kennisse (zelfkennis, berouwvol inzicht), de zuster van Doecht, brengt Elckerlyc nu bij Biechte, en nadat hij boete heeft gedaan is Doecht weer aangesterkt. Scoenheit (schoonheid), Vroetscap (wijsheid). Cracht en Vijf Sinnen (zintuigen) beloven dan ook met hem mee te gaan op zijn tocht.

Elckerlyc maakt zijn testament op en ontvangt van een priester de laatste sacramenten. Ten slotte bij het open graf aangekomen, laten alle reisgenoten Elckerlyc in de steek; alleen Doecht gaat mee verder.

Elckerlyc sterft.

Kennisse vertelt dat Doecht zich bij God zal melden en Elckerlyc bij God zal aankondigen.
Een engel voert Elckerlycs ziel naar de hemel.

MORAAL

De moraal: mogen mensen zuiver voor God verschijnen!